Wat weet jij van de BTW rubrieken? In dit blog neem ik je mee in de aangifte BTW en haar rubrieken.

Houd jij je boekhouding bij in een online boekhoudprogramma, dan kun je vanuit dat programma waarschijnlijk wel een aangifte BTW doen. Welke BTW codes je dan moet gebruiken leg ik je uit in een later blog. Maar houd jij je in- en verkoopfacturen bij in Excel, dan maak je waarschijnlijk ook gebruik van het aangifteprogramma van de Belastingdienst.

De aangifte BTW is verdeeld in rubrieken. Zo heb je 5 verschillende rubrieken. Hieronder leg ik je per rubriek uit waar deze voor dient.

Rubriek 1

Rubriek 1 is de rubriek waar jij je binnenlands geleverde prestaties in vermeld. In de eerste kolom vul je de omzet exclusief BTW in en in de tweede kolom de BTW.

Rubriek 1a is voor omzet tegen het hoge tarief van 21% en 1b voor omzet tegen het lage tarief van 9%. Dit zijn de 2 rubrieken waar de meeste ondernemers hun cijfers kunnen invullen.

In de rubrieken 1c t/m 1e staan de uitzonderingen:

  • In 1c staat de omzet tegen een afwijkend tarief, anders dan 21%, 9% of 0%. Hier kan bijvoorbeeld een ondernemer die een sportkantine heeft zijn totale kantine-ontvangsten inclusief BTW tegen een forfaitair tarief van 13% opgeven.
  • In 1d geef je je priv├ęgebruik van zakelijke goederen/diensten op. Je geeft rubriek 1d in principe alleen op in de laatste aangifte van het jaar (kwartaal 4).
  • In 1e vul je de omzet van de goederen/diensten in tegen het 0% tarief of welke niet bij jou belast zijn.

Rubriek 2

Rubriek 2a is de rubriek waar je de binnenlandse omzet inzet die naar jou verlegd is. Dit is dus deels de tegenhanger van rubriek 1e. Je vult dan de omzet in en je berekent zelf de BTW daarover. Let op het tarief wat je dan moet hanteren. Dat kan verschillend zijn.

Rubriek 3

In rubriek 3 vermeld je de prestaties naar of in het buitenland. Deze rubriek wordt opgedeeld in prestaties buiten de EU (3a) en binnen de EU (3b).

Als je zaken doet binnen de EU, moet je ook een ICP aangifte indienen.

Als laatste in deze rubriek kun je je omzet van installatie/afstandsverkopen binnen de EU kwijt bij 3c. Hier vul je de omzet in van het monteren of installeren van goederen in een ander EU land en de levering van goederen in andere EU landen volgens de regeling van afstandsverkopen.
Let op: over de omzet die je in rubriek 3c vermeld moet je btw betalen in het land waar de installatie/montage plaatsvindt, dan wel daar waar de goederen naar toe gaan!

Rubriek 4

Rubriek 4 is voor de leveringen van goederen en diensten die je hebt verkregen vanuit het buitenland. 4a is voor goederen/dienst vanuit buiten de EU, 4b is voor goederen/diensten vanuit binnen de EU.

Als je goederen importeert vanuit buiten de EU, krijg je te maken met de Douane en kun je een Vergunning artikel 23 aanvragen. Je doet dan wel aangifte bij de Douane, maar de BTW geef je dan aan bij de aangifte BTW.

En het zal Nederland niet wezen als er geen uitzonderingen waren: als je diensten aan een onroerend goed hebt ontvangen van een binnen de EU ondernemer en de BTW is verlegd, dan wordt die dienst meegenomen in rubriek 2a en niet in 4b.

Rubriek 5

Rubriek 5b is voor veel ondernemers de belangrijkste ­čśë In deze rubriek mag je nl. de BTW terugvragen die je hebt betaald op al je goederen en diensten. We noemen dit de voorbelasting. In deze rubriek vul je de BTW in van:

  • Andere ondernemers die jou BTW in rekening hebben gebracht;
  • De BTW die naar jou verlegd is (rubrieken 2a, 4a en 4b).

De laatste, zodat je per saldo geen BTW hoeft te betalen over goederen of diensten die je vanuit het buitenland hebt gekregen.

Echter er zijn voorwaarden gesteld om de BTW als voorbelasting te mogen aftrekken in je aangifte BTW. Dat zijn:

  • De factuur moet voldoen aan de wettelijke eisen;
  • De goederen of diensten zijn voor zakelijk gebruik;
  • De goederen of diensten worden gebruikt voor activiteiten die belast zijn met BTW. Of te wel, ben je vrijgesteld van de BTW (bijvoorbeeld omdat je in de zorg werkt of de KOR hanteert), dan mag je geen BTW in aftrek nemen.

Maar niet alle BTW mag je als voorbelasting meenemen. De BTW op eten en drinken in horecagelegenheden en ook inkopen die je gebruikt voor personeelsvoorzieningen als het voordeel voor de werknemer boven de EUR 227 per jaar is mag je niet in aftrek nemen. En als laatste, de in het buitenland betaalde belasting mag je niet in Nederland in aftrek nemen! Deze is best lastig te zien, als je bedenkt dat Duitsland ook 21% BTW hanteert.

Rubriek 5d betrof de KOR. De KOR is sinds 1 januari 2020 gewijzigd en deze rubriek is dan ook komen te vervallen.

Mocht je nog vragen hebben naar aanleiding van de verschillende rubrieken in de aangifte BTW, dan kun je me appen op 06-13718768 of mailen op info@esthersboekhouding.nl. Veel succes met het invullen van de aangifte over het 1e kwartaal 2021!

Laat een reactie achter